|
Een nieuw begin, het verhaal van Assepoes
Veel van mijn leven kan ik me niet herinneren, gedeeltelijk omdat ik alle narigheid in het diepst van mijn hart heb verstopt, gedeeltelijk omdat ik na mijn ongeluk veel ben vergeten. Ik woonde in een boerderij samen met veel dieren. Jammer genoeg, ons baasje was geen lief mens, alles zag er vuil uit, het eten was slecht en we moesten met elkaar vechten om een hapje naar binnen te krijgen. Soms kregen we een harde trap en vele van ons werden heel hard geslagen. Gelukkig zat ik niet opgesloten, dus ik kon wel vrij rond lopen. Op een dag werd ik heel verliefd...wat was dat een mooie hond, een echte hond, lief en trouw. Ik sprong door de weiden, lachend keek ik naar de zon, de vlinders vlogen om me heen, er waren zo veel mooie bloemen. Ik was zo gelukkig, ik voelde me zo verliefd dat ik alle narigheid van thuis vergat. Ja, je weet wel, als je zo verliefd bent dan gebeuren er de grootste wonderen. Mijn buikje begon te groeien, ik voelde de hartjes van mijn kinderen kloppen. Wat was dat een mooie tijd. Ik voelde me zo ontzettend trots toen mijn kleintjes werden geboren, als je dat zag, ze waren zo mooi, zo snoezig, ze kwamen bij me om melk te drinken, ik likte ze schoon. Ik liet ze meteen aan mijn baasje zien, ik dacht namelijk dat met zo iets moois er wel iets zou veranderen in zijn hart...maar ik vergiste me, en ik zal er altijd spijt van hebben. Hij pakte mijn kleintjes van me af, hij vulde een emmer met water, en hij verdronk mijn kleintjes. Ik probeerde van alles te doen...ik schreeuwde, ik huilde...maar zijn hart was al bedorven, hij vermoorde mijn kleintjes en dat deed hij met plezier. Ik kon zo iets niet begrijpen, mijn man was er kapot van, hij wilde mijn baasje bijten, maar ik hield hem tegen. Ik heb dit gebeuren nooit echt begrepen, ik was in een shock toestand...ik zal dit ook nooit begrijpen, wat hadden mijn kinderen nou fout gedaan? Was het soms niet een wonder om zo iets moois te krijgen? Ik kan het nog steeds niet bevatten, mijn arme kinderen, ik hoor ze nog schreeuwen: Mammie help ons nou! Mammie, Help ons! Ik zal het nooit vergeten. Ja, ik heb toen heel veel geleden. Gelukkig was mijn man een grote steun, hij heeft me veel geholpen tijdens die nare dagen die nooit tot een einde kwamen. Op een zonnige dag was ik weer zwanger, ik was zo blij...maar ook bezorgd, wat moest ik nou? Mijn baasje zou zeker mijn kinderen weer vermoorden. Ik had een afspraak met mijn man, hij wist het nog niet. Ik zou hem het prachtige nieuws vertellen. Wat had ik de zenuwen....maar we hadden weer hoop, om een nieuwe familie te stichten en alle nachtmerries te vergeten. Ineens dook hij op van onder het hek, ik keek zo verliefd naar hem. Maar op dat moment kwam mijn baasje uit het huis, hij schreeuwde tegen mijn man, in zijn handen had hij een lange stock, ik hoorde een sterk geluid, er kwam rook uit de stock, mijn man viel neer op de grond met een kreet van verschrikkelijke pijn. Rotzak! Hoorde ik weer schreeuwen. Mijn man probeerde te vluchten. Ren mijn lieverd, red je zelf! Weer een schot. Mijn man viel voor de tweede keer neer, er lag zo veel bloed op de grond. Ik was bevroren van angst. Ineens hoorde ik een stemmetje in mijn hoofd. Ren! Ren voor je leven! Dus dat deed ik ook. Ik vluchtte, en rende zonder te weten waar naar toe. Ik rende voor mijn kindjes, niets anders was belangrijker voor me, nog geeneens mijn leven. Alleen het welzijn van mijn kinderen. Ik heb mijn man nooit meer terug gezien. Ik hoop wel dat ik hem ooit tegenkom, maar je weet wel, wij honden hebben zintuigen die de mensen niet hebben. Diep in mijn hart weet ik dat ik hem niet meer in deze wereld zal tegen komen. Ik was bang, heel bang. Ik dwaalde langs een drukke weg, honger, zenuwen, vermoeidheid, angst...ik wist niet waar ik naartoe ging, ik lette niet op, ineens voelde ik een hele grote klap en alles werd donker. Nee, ik kan me niet herinneren hoe lang ik in de duisternis dwaalde, toen ik wakker werd, regende het. Ik lag in een goot, langs de weg, het was al donker, ik kon me niet bewegen, ik had ontzettend pijn. Mijn pootje was gebroken. Ik voelde mijn hoofd ontploffen. De regen maakte mijn vacht schoon van al het bloed, maar ik kon toch niet opstaan. Ik was bang dat ik zou verdrinken. De goot waar ik lag was flink vol met water. Ik probeerde zo hard mogelijk te schreeuwen, maar niemand hoorde me in die koude nacht. Ik zag wel de lichten van de auto’s, maar zij zagen mij niet. Ik heb dagen lang zo gelegen. Tot dat ik tegen me zelf zei. Ik moet opstaan, ik moet het voor mijn kindjes doen. Dus zo doende begon ik met veel moeite weer te lopen. Mijn rechte voorpootje deed het niet meer, oh, wat deed dat die zeer. Ik heb zo een tijdje rondgezworven. Ik had altijd honger. Ineens zag ik een middelgrote hond met een grijze baard. Hij rende als een gek, toen hij mij zag schreeuwde die tegen me. Rennen! Red je zelf! Rennen? Wat is er nou aan de hand? Zonder er over te denken, begon ik weer te rennen, maar dat ging niet. Ik kon moeilijk met drie pootjes vluchten, en de pijn was te groot. Maar ik was zo bang, ik durfde niet naar achteren te kijken. Ineens kreeg ik geen lucht meer, ik werd door een lange stock getrokken. Wat was dan een eng gevoel. Een man stopte me in een busje, en haalde het strakke touw van mijn nek. Ik wist nog geeneens wat er was gebeurd. Ik kon het busje niet meer uitvluchten. Ik zat daar niet alleen, het zat vol met honden, ze blaften als bezetenen. Je kon meteen merken dat ze ontzettend bang waren. Even later, werd die grijze hond die me waarschuwde gepakt. Oh, ja, hij heeft gevochten voor zijn leven als een echte hond. Toen het busje weg reed, werd het ineens stil. Na een tijdje brak ik het ijs. Wat is er met ons gebeurd? Ik bedoel, wat gaat er met ons gebeuren? Oh meisje, weet je het dan niet? Nee, hoezo. We zijn door de hondenvanger gepakt. Het is afgelopen met ons. Wat? Hoezo? Bonzo, legde me dus alles uit. Hij had een heel lief baasje, maar die was overleden. De erfgenamen besloten hem langs de snelweg achter te laten. Hij vond dat zo erg, hij voelde zich verraden. Na zo velen jaren liefde te geven, en dan krijg je een trap als dank... We worden naar een verschrikkelijke plek gebracht waar ze honden en katten vermoorden. Je wordt in een kamertje gestopt, dan geven ze je een prik en je gaat slapen. Vele honden worden dan ook nooit meer wakker. Degenen die niet wakker worden die stoppen ze in een oven, ze worden dan in hun slaap verbrandt. Wat verschrikkelijk, dat meen je toch niet? Ja hoor, ik heb het van twee honden gehoord die het gered hebben. Dus je kunt er levend uit komen? Nee hoor! Met die twee hebben ze verschrikkelijke experimenten gedaan. Wat hebben ze gedaan? Ze kregen een prik, ze vielen in slaap, maar deze twee werden weer wakker. Toen ze helemaal wakker werden, merkten ze dat hun balletjes weg waren. Wat? Ja, ze hadden hun balletjes weg gesneden tijdens hun slaap. Alle honden kropen in elkaar van de angst. Hebben ze...meen je dat? Waarom doen ze zo iets verschrikkelijk? Er is geen hond op de wereld die de mensen begrijpt. Die twee hebben het gered, maar de meeste gingen dood. Die werden allemaal vermoordt. Wat kunnen we doen? We moeten ontsnappen. Het busje kwam in het gemeente asiel aan. De honden blaften als gekken, iedereen vocht voor zijn leven. Sommigen probeerden te bijten, maar dat lukte niet, de mensen waren al lang voorbereid, sommige honden kropen in een hoekje, ze waren allemaal bang. Ze werden naar de quarantaine ruimte gebracht, er kwamen mensen naar ze kijken. De honden die ziek waren of die er slecht aan toe waren die werden meteen meegenomen, ook oudere honden moesten mee. We hebben ze nooit meer terug gezien. Bonzo die werd ook meegenomen, hij zag hoe Pukkeltje in slaap werd gebracht. Bonzo schreeuwde zo hard dat we het allemaal konden horen...daarna werd het stil. Toen gingen wij heel hard uit protest blaffen. Er kwamen twee manen naar binnen, ze keken naar mij, ik begreep dat ze me ook wilden laten slapen, ik zag er ook heel slecht uit, mijn gebroken pootje...ik maakte geen kans. Ik was zo bang, ik had zo veel mee gemaakt dat ik van de angst weeen begon te krijgen. In dat kleine donkere hok werden mijn drie kleintjes geboren. Ik was radeloos. Wat kon ik doen? Ineens begon een teefje te bidden, alle honden volgden haar. Ik was zo bang. Ik begon ook aan de Grote hondenGod te bidden...Op dat moment kwam een jonge knul, hij zag er heel lief uit, hij zei tegen de rest van de mensen dat ik een kans verdiende, en ook mijn kleintjes. Ik werd naar een ander gedeelte gebracht. Ik kwam samen met Brouwney (nu Bella) en Speedy in een hok. Brouwny was er heel slecht aan toe. Speedy was ook erg bang. Zo nu en dan kwamen mensen naar ons kijken. Ik zag hoe alle honden hun best deden, zo dat de mensen ze aardig zouden vinden. Sommige die te ziek waren net als Zeni of die te lang vast zaten zoals Sarah en alle hoop op vrijheid hadden verloren gingen zich verstoppen. Er waren andere honden zoals bijvoorbeeld Dolle Henkie die hele rare dingen ging doen met zijn tong, dat deden ze om gekozen te worden, dat was onze enige kans om te kunnen leven. Ik wilde zo graag dat ze mijn kinderen zouden redden. Oh, wat heb ik vaak de HondenGod gebeden dat iemand ons viertjes zouden redden. Op een dag kwamen twee mannen, er was een hele lange, hij kwam meteen naar me kijken, het was zo vreemd, het leek of hij mij kon begrijpen. De jongere die had een machientje in zijn handen, hij keek daar doorheen...ik zag dat hij heel veel pijn voelde en verdrietig was toen hij ons zag, dat konden alle honden voelen. Die lange ging meteen tekeer tegen de verzorger, ik kreeg dankzij hem een dekentje om er op te liggen...ik was de enige die dat had. Die twee mannen wilde ons viertjes mee nemen, ze wilde eigenlijk alle honden mee nemen. Ze zagen er heel bezorgd uit. Uiteindelijk namen ze Snow en Bruno mee. Toen ze bevrijd werden ging iedereen heel hard tekeer, sommige omdat ze blij waren dat ze gered werden, sommigen blaften om dat ze ook vrijheid wilden. De volgende dag kwam een jong mensje met zijn ouders, ze kwamen mijn hok naar binnen, ze aaiden over mijn hoofd en ze namen een van mijn kinderen weg. Ik schreeuwde tegen ze: Nee! Wat doen jullie nou, het is mijn kindje! Ze is nog zo klein, nee! Ik was machteloos...en ontzettend verdrietig. Maar diep in mijn hart weet ik dat mijn kleintje zal groeien, hopelijk zullen ze van hem houden, en ooit zal het een hele grote mooie hond worden net als zijn vader. De dag daarna, kwamen weer twee mannen, ze waren heel bezorgd dat mijn kleintje weg was, dus ze gingen weer tekeer tegen de verzorger, toen ze hoorden dat hij was geadopteerd waren ietsje opgelucht. Ze wilden mij heel graag meenemen, en mijn kleintjes. Ze wilden ook Sarah, Zeni, Boris en Peggy-Lee meenemen, maar dat konden ze niet, ik begreep niet waarom, maar alle honden hadden een heel goed gevoel met deze twee, ze straalden een bepaald kleur licht die alleen wij honden kunnen zien. Ze besloten Brouwny mee te nemen. Oohh wat was ze bang. Ik was wel blij dat ze haar meenamen, ze had het bij ons niet lang gered, dat arme dier heeft zo veel mee gemaakt en ze was ook ziek en mager....ik ben blij dat ze gered werd. Toen ze haar uit de kooi haalden ging iedere hond weer hartstikke tekeer. Maar er gebeurde iets vreemds met de verzorger. Brouwny moest terug. Oohhh wat een ellende, ze was echt in paniek. Wat is er nu eigenlijk gebeurd. Alle honden vonden dat heel vreemd. Die twee mannen vonden het verschrikkelijk dat ze haar niet mochten meenemen. Laat op de avond, in de donkere en koude cel waar ik met mijn kleintjes lag, ging een van mijn baby-tjes dood, ze was heel zwak, ik had geen melk, door alle ellende ging ze dood. Ik vond dat verschrikkelijk. Ik ging met mijn hoofdje op haar liggen, ik zei dat ze niet bang moest zijn, Papa was aan de andere kant, hij zou voor haar zorgen...stille tranen kwamen uit mijn ogen, ze heeft het niet gered. Ik vroeg me af, waarom is er zo veel ellende? Waarom zijn de mensen zo slecht tegen dieren? Wat is er met de mens gebeurd? Dit had niet gehoeven. Een Cocker Spaniel die bij me zat, die zei tegen me: wees maar blij dat je je kindjes gehad hebt, daarom leef je nog. Je hebt een gebroken pootje, niemand wil jou, ze laten je leven alleen om dat je puppies zo klein zijn en ze hebben jouw warmte nog nodig, maar als ze jouw laatste kind meenemen, dan ben je er geweest. Brouwny werd meegenomen, en ook de Cocker werd bevrijd. Die lieve lange man die kwam in mijn hok, hij was heel lief voor me, de meeste honden waren het met me eens dat ze nooit zo’n lief iemand hadden gezien. Gigi! Gigi! Zei hij, dit hondje heeft gehuild, ze heeft gehuild, we moeten haar redden. Wat doen we nu? Haar laatste baby is heel ziek, hij is stervende. Ze kwamen met een lieve dierenarts naar binnen. Ze keken naar mijn baby, mijn been werd ook goed nagekeken. De dierenarts zou mijn hondje proberen te redden, toen ze mijn baby van me weghaalden ging ik weer tekeer, maar ik kon er niets aan doen, ze namen hem mee. Ik wist dat ze hun best zouden doen om hem te helpen, maar als moeder zijnde weet ik dat hij is gestorven. Mensen worden heel verdrietig als een klein mensje dood gaat, de ouders worden ontzettend depressief. Begrijpen ze ons dan niet? Wij zijn ook ouders, dat zijn mijn kinderen, ik ben hun moeder, begrijpen mensen dan niet dat wij ook heel erg lijden als onze kinderen gestolen worden, als ze vermoord worden, of als ze als speelgoed verkocht worden. De jongere man kwam terug in mijn kooi, hij sprak tegen me. Hij zij dat hij het heel erg vond dat hij mij niet kon meenemen samen met mijn kleintjes, maar als mijn baby’tje het zou redden, zou hij hem naar me toe brengen. Toen sprak hij tegen de lange lieve man: Gino, we nemen Assepoestertje naar huis. Ik werd opgetild en naar de dierenarts gebracht. Alle honden gingen tekeer, ze waren zo blij voor me. Meisje, je hebt het gered! Vergeet ons niet, probeer ons te helpen. Bij de dierenarts kreeg ik verschillende prikken, ik was wel bang hoor, maar ik viel gelukkig niet in slaap. Gino en Gigi vertelde me dat het goed met mij zou komen, en dat ze me zouden genezen van die lelijke hoest die ik had. Bij Gigi thuis werd ik meteen door Bounty opgevangen, hij wilde even stoer doen, maar ik liet hem wel mijn tanden zien, ik ben een dame hoor! Ik ga niet met Jan en alleman...ook Milky en Panther kwamen naar me kijken. Ze waren allemaal heel aardig tegen me. Gigi gaf ons, Bounty en mij heel lekker te eten, ik geloof dat ik zo iets lekkers nog nooit gegeten heb, maar ja, ik was ook wel uit gehongerd. Toen het donker werd moesten we naar binnen, ik vond dat vreselijk, als honden in een huis binnen komen dan worden ze verschrikkelijk geslagen, dus ik wilde niet. Maar Gigi sprak heel lief tegen me. Uiteindelijk vertrouwde ik hem wel. Er lag een bedje waar Bounty op lag. Ik zag Spookie op een mand, zielig hoor, ze is bijna blind. Het is wel een hele vreemde kat, ze heeft bijna geen neus, nee het ging niet goed met haar. Maar gelukkig werd ze goed verzorgd. Wie weet, misschien word ik ook goed verzorgd. Nee, dat met Bounty slapen, dat wilde ik niet. Ik ben een getrouwde dame, en ik ga niet zomaar met een vreemde hond slapen. Dat liet ik wel even duidelijk merken. Die arme Bounty is wel een schat, hij stond meteen op en ging op de grond slapen. Toen ineens kroop Flokje in mijn bedje, ik kreeg meteen en lel van hem. Ik durfde niets te zeggen. Je zag meteen dat je met hem moest oppassen. Ik denk dat hij de baas is van de maffia katten, hij zit helemaal onder de littekens, hij heeft zelfs drie kogelgaten! Ja, drie kogelgaten, dat moet zeker een afrekening geweest zijn. Ik hield me stil. Maar ja, met hem ging ik echt niet slapen. Dus Bounty ging weer naar zijn bed en Flokje kroop lekker samen met Bounty. Dat vond ik echt vreemd. Een kat die samen met een hond slaapt. Wat ik allemaal niet mee moet maken. Gigi maakte een bedje voor me klaar, en nadat ik mijn hoest medicijnen had ingenomen ging het licht uit. Ik zat na te denken, ik kon eigenlijk niet bevatten wat er allemaal was gebeurd in mijn leven. Er bestaan toch goede mensen. Wie weet hoe het morgen zal zijn? Ik ben benieuwd. De volgende ochtend kregen we weer lekker te eten. We gingen zelf wandelen, dat was fantastisch, weer rennen in de vrijheid. Nou ja, rennen, ik doe mijn best, geloof me maar ik heb geen pijn. De hond van de buren, Tommy kwam rennend op me af. Ik schrok wel even, maar Bounty beschermde me wel goed hoor. Ik ben niet meer bang, ik heb het hier ontzettend goed. Gino komt zo nu en dan naar me kijken, ik word verzorgd. Ik zou hier altijd willen blijven. Hadden mijn kindjes en mijn man dit maar mee kunnen maken. Ik heb weer hoop gekregen. Hoop in lieve mensen, en dat is heel belangrijk. Nu ik een goed leven heb, sterk ik met de dag aan, neem de hele dag zonnebaden, dat is goed voor mijn botten. En nu dat ik goed te eten krijg, wil ik iets voor mijn celgenoten doen. Dierenvrienden help ons, er sterven zo veel honden in de asiels, geef ze een kans om te leven. Denk aan me, en je zult weten hoe gelukkig de andere honden dank zij jullie zullen worden. Veel liefs. Assepoester
|