|
Gezondheid en gedrag
Meest voorkomende hondenziektes en hun behandelings methode
LeishmanioseIn de meeste landen rond de Middellandse Zee zijn er gebieden waar het zogenoemde zandvliegje leeft, dat Leishmania kan overbrengen. Let wel: kan! De hond die drager is hoeft namelijk niet ziek te worden.Tussen het geïnfecteerd raken en ziek worden kunnen jaren verstrijken. Er zijn diverse symptomen die op deze ziekte kunnen duiden maar ze zullen niet allemaal tegelijk optreden: huid problemen (seborrhea, zweren, korsten veelal op de oorranden en haaruitval), gewichtsverlies, koorts, neusbloedingen, pijnlijke gewrichten, gezwollen lymfeklieren en onder andere tekenen van nier- of leverfalen kunnen duiden op Leishmaniose. De diagnose kan gesteld worden door het direct ontdekken van de parasiet via beenmergpunctie en laboratoriumonderzoek. Ook kunnen er antilichamen tegen deze parasiet gevonden worden in het bloed van de hond. Een diagnose stellen middels bloedonderzoek is soms lastig, omdat niet in alle gevallen de antistoffen in het bloed aangetoond kunnen worden, terwijl deze er wel zijn. Vaak zijn meerdere testen nodig om via het bloed de antistoffen te kunnen aantonen. Bij het zoeken naar antistoffen tegen Leishmania in het bloed kan ook een kruisreactie optreden met Ehrlichiose. Als er maar weinig antistoffen aangetoond worden tegen Leishmania, moet men op zo’n kruisreactie met Ehrlichiose bedacht zijn. Naast het testen op antistoffen in het bloed kan meer onderzoek gedaan worden dat mede helpt de diagnose te stellen: telling van de diverse soorten bloedcellen, lever- en nierfuncties en het in kaart brengen van bepaalde eiwitten (bèta- en gammaglobulines) in het bloed. Het zandvliegje is het meest actief bij zonsop- en ondergang en leeft voornamelijk in vochtige gebieden, zoals bijv. op het strand. Sinds enkele jaren is er een halsband op de markt (Scaliborâ) die effectief is tegen de zandvlieg waardoor besmetting en verspreiding voorkomen kan worden. Behandeling vindt in overleg met de dierenarts plaats, in Nederland veelal met tabletten. De hond zal wel altijd drager blijven van Leishmania, maar ondanks dit feit nog een lang en goed leven kunnen leiden. Regelmatig bloedonderzoek is dan belangrijk om vroegtijdig een mogelijke terugval te signaleren en tijdig opnieuw een behandeling te starten. Eerlijkheid gebied ons te zeggen dat er ook honden zijn waarbij ondanks goede medische zorg Leishmaniose fataal bleek.
ErlichioseEhrlichia Canis is een parasiet die onder andere de afname van bepaalde witte bloedcellen veroorzaakt (neutropenia). Afhankelijk van de reactie van het immuunsysteem van de getroffen hond kunnen de symptomen verschillend zijn: diverse gradaties van gewrichtsontstekingen (artritis), een verandering van de nierfunctie (glomerulonephritis) en een vermindering van het aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) worden frequent gezien.Voor de eigenaar zichtbare symptomen zijn onder andere: koorts, kreupelheid en neusbloedingen. Thrombocytopenia (te weinig bloedplaatjes) is zeer karakteristiek voor de ziekte maar ook andere afwijkingen kunnen een vermindering van de bloedplaatjes tot gevolg hebben. Een toename van bèta- en gammaglobulines is gebruikelijk bij Ehrlichiose en Leishmaniose. Deze symptomen zijn niet altijd tegelijk aanwezig. Enkele symptomen van Ehrlichiose komen overeen met die, welke bij Leishmaniose gezien kunnen worden. Het is daarom altijd raadzaam als de hond klachten heeft die op een van deze twee ziekten zou kunnen duiden, zowel op Ehrlichiose als op Leishmaniose te laten testen. Het vaststellen van Ehrlichiose kan onder andere plaats via bloedonderzoek, waarbij gekeken wordt naar antistoffen tegen Ehrlichia. Ehrlichia Canis en andere door teken overdraagbare parasieten zijn zeer gevoelig voor de antibiotica tetracycline en doxycycline. Het herstel van honden vindt meest plaats tussen de 27 en 72 uren na behandeling, alhoewel de behandeling 14 tot 28 dagen moet worden voortgezet. Een uitzondering zijn de honden met chronische Ehrlichiose waarbij aanvullende behandeling nodig is en het herstel maanden kan duren.
Filariose (hartworm)Hartworm is een bepaalde worm (Dirofilaria immitis) die kan voorkomen in het lichaam van uw hond. Helaas komt Hartworm ook voor in Bosnie en daarom willen we u bekend maken met deze ziekte. Mocht u uw hond verdenken van klachten kunt u het beste contact opnemen met uw dierenarts om hier meer zekerheid over te krijgen. Hartworm wordt overgebracht van hond tot hond via de bloedzuigende muskiet. Als een besmette hond gestoken wordt door een mug, zuigt deze bloed met microscopische kleine wormpjes, microfilarien. Deze microfilarien groeien door in de maag van de mug. De mug steekt een andere hond en brengt via de steek de microfilarien in het lichaam van deze hond. Via het bloed laten ze zich meevoeren naar het hart waar ze zich vastzetten, uitgroeien tot volwassenen en microfilarien produceren. Als er veel wormen in het hart zitten functioneert het niet meer goed en krijgt de hond klachten. Aangezien de ziekte dus alleen via de muskiet overgebracht kan worden en deze niet in Nederland voorkomt, hoeft u niet bang te zijn dat uw hond de ziekte kan overbrengen op uw andere huisdieren. Er treden klachten op doordat de wormen beschadigingen veroorzaken aan de wand van het hart en de grote longslagaders. In het eerste stadium van de ziekte heeft de hond bijna geen symptomen. Het uithoudingsvermogen vermindert en er wordt een keertje gehoest. Later treden er ernstigere klachten op, zoals gewichtsverlies, leververgroting, vocht in de buikholte en ademhalingsproblemen. Bloedarmoede kan het gevolg zijn van beschadiging van rode bloedcellen en nierbeschadiging. Als het hart ernstige beschadigingen oploopt, kan de hond uiteindelijk overlijden. Bij klachten ga je natuurlijk naar de dierenarts. De ziektesymptomen wijzen op een hartaandoening en op een foto van de borstholte worden vaak de verwijde longslagaders al gezien samen met vocht in de longen en een vergroot hart. Daarnaast kan de diagnose nauwkeuriger worden gesteld met behulp van een echografie, het maken van een ECG (Electro Cardiogram) en bloedonderzoek. In bloeduitstrijkjes kunnen soms de kleine larfjes worden waargenomen en er bestaan sinds enkele jaren bloedtesten, die de aanwezigheid van larfjes kunnen aantonen. Er zijn 2 manieren om de hond te behandelen tegen hartworm. De ene is dat je de hond behandeld met injecties immiticide in de spieren. Deze injecties doden de wormen. Deze behandeling is echter niet zonder risico’s, omdat de dode wormen in de bloedbaan terecht komen. Er kan dan een verstopping in de aders (trombose) komen met de dood tot gevolg. En het hart kan door de plotselinge dood van alle wormen gaan lekken, wat een snelle dood tot gevolg kan hebben. Daarom wordt er niet zo vaak voor deze behandeling gekozen. De andere behandeling is met Stronghold pipetjes. Elke maand geef je de hond een pipetje waardoor de larfjes dood gaan. De volwassen wormen kunnen tot 7 jaar leven en zullen vanzelf dood gaan.De dode wormen sterven langzaam en 1 voor 1 waardoor er niet zo een groot gevaar is om een verstopping in de ader te krijgen. Jaarlijks testen kan de behandeling verkorten.
ParvoDit zeer immune virus staat nauw in verband met het kattenziekte virus, kruisbesmetting is echter niet mogelijk. Het is bijna ongevoelig voor zowel fysische als chemische invloeden en daardoor moeilijk uit te bannen. Het virus verspreidt zich voornamelijk via de mond en de ontlasting van het besmette dier. De meeste infecties zien we bij pups van 8-14 weken, maar ook volwassen, niet gevaccineerde honden lopen gevaar. De tijd tussen besmetting en het zichtbaar worden van de eerste symptomen is 2-4 dagen. Deze symptomen bestaan voornamelijk uit herhaald braken, bloederige diarree en een erg pijnlijke buik. Verder zijn de dieren sloom, willen niet eten/drinken en zeker bij kleine honden en pups is het risico op uitdroging groot. Een 2e variant komt voor bij dieren onder de 3 maanden. Deze tast ook de hartspier aan waardoor de dieren erg benauwd worden en een piepende ademhaling krijgen. Middels een ontlastingtest is het virus aan te tonen, maar een behandeling, behalve symptomatisch en met ondersteunende middelen, is er niet. Ook bij deze ziekte is preventie middels vaccinatie de belangrijkste bestrijding.
Canine Papillomatose = wrattenEen virus wat wratten in en rond de bek veroorzaakt. De incubatietijd bedraagt 4-8 weken De wratten beginnen veelal op de lippen en hebben een “bloemkoolachtig” uiterlijk. Vervolgens breiden ze zich uit in de bek en in de keelholte. In een enkel geval zien we moeilijk eten en een stank uit de bek. Maar verder zijn deze wratten ondanks hun besmettelijke karakter vrij onschuldig en verdwijnen vaak spontaan weer na 1-5 maanden door opgebouwde immuniteit.
Hepatits Contagiosa Canis = HCC ( Besmettelijke leverziekte/ziekte van Rubarth)Het virus is vrij resistent en weinig gevoelig voor temperatuurschommelingen. HCC komt voornamelijk voor bij jonge honden. De incubatietijd is 2-7 dagen, waarbij infectie via de mond of luchtwegen tot stand komt. HCC vermeerdert zich op de slijmvliezen, tonsillen en lymfeklieren waarna het via het bloed doorgaat naar de meest gevoelige organen van het hondenlichaam. Uitscheiden gebeurt middels urine, faeces en speeksel. De meeste symptomen zijn niet specifiek en bestaan voornamelijk uit hoge koorts, braken, diarree, anorexia en een pijnlijk abdomen voornamelijk ter hoogte van de lever, later ook gevolgd door huidbloedingen. Misschien is het meest opvallende nog wel het melkglasoog wat vaak optreedt. Dit houdt een witte troebeling van het cornea hoornvlies in en verdwijnt doorgaans weer spontaan. Behandeling van HCC kan enkel symptomatisch, wat inhoudt, dat we alleen de symptomen kunnen behandelen. Het lichaam zal zelf moeten vechten tegen het virus. Een dier wat de eerste dagen overleeft heeft een redelijke kans op genezing. Wel kunnen we secundaire bacteriële infecties (als gevolg van HCC) bestrijden met antibiotica kuur. Beter is uiteraard vaccineren. Maar de definitieve vaccinatie tegen HCC mag pas in de 13e week gegeven worden ivm maternale antistoffen van de moeder. Tot die tijd moet dus opgepast worden met contact tussen soortgenoten.
Hondenziekte = ziekte van CarreNauw verwant is het hondenziektevirus aan dat van het mazelenvirus. De incubatietijd bedraagt 3-15 dagen en wordt overgedragen via alle lichamelijke afscheiding van dieren (oogvocht, neusvocht, speeksel, urine, fecaliën). Het virus is niet resistent in de buitenlucht en verspreidt zich dan ook vooral door rechtstreeks contact tussen dieren. In de eerste fase van de ziekte heeft de besmette hond meestal koorts, een lopende neus, bindvliesontsteking en een gebrek aan eetlust. Vervolgens kunnen er spijsverteringsproblemen (diarree), ademhalingsmoeilijkheden (hoesten, longontsteking), huidproblemen (puisten, abnormale groei van de huid aan de zoolkussentjes en de snuit) en zenuwklachten optreden. Dit laatste uit zich op verschillende manieren: beven, ongewilde spiersamentrekkingen en verlamming die vaak begint aan de achterste ledematen. Als het dier deze zenuwproblemen overleeft, kan hij echter nog de gevolgen hiervan blijvend ondervinden. Een vaccinatie welke bestaat uit het menselijke mazelenvirus biedt een tijdelijke bescherming en roept kruisimmuniteit op. Dit houdt in dat het mazelenvaccin de aanmaak van antilichamen hiertegen oproept welke ook kunnen dienen als antilichamen tegen het hondenziektevirus. De definitieve vaccinatie gebeurt op een leeftijd van 3-4 maanden.
Hondsdolheid = RabiësNaast dat dit virus besmettelijk is voor een tal van diersoorten is het ook besmettelijk voor de mens! Besmetting vindt plaats door een beet van een besmet dier waarbij infectieus speeksel in de wond komt. De incubatieperiode varieert van 8 dagen tot ruim een jaar. Dit is afhankelijk van hoever de beet van de hersenen af is. Hoe dichterbij de hersenen hoe korter de incubatietijd. De uiterlijke verschijnselen kunnen we verdelen in 3 stadia. 1: Stadium melancholicum We zien toenemende karakterveranderingen: een levendig dier wordt rustig en treurig en omgekeerd. Vaak hebben de honden jeuk op de plaats waar zij gebeten zijn en gaan daarin zover dat ze zichzelf op die plek verwonden. De speekselproductie neemt toe. 2: Stadium excitationis De verschijnselen van onrust worden steeds heftiger en er treden aanvallen van woeste opwinding op. Veel dieren gaan, eenmaal losgebroken, zwerven en bijten alles wat ze tegenkomen. Ook zie je vanaf dit stadium verlammingsverschijnselen in de vorm van proberen te blaffen zonder dat geluid geproduceerd kan worden en slikbezwaren. 3: Stadium paralyseos De verlammingsverschijnselen worden duidelijker en uiten zich verder in verlamming van de onderkaak, tong en oogspieren. Ook de pootspieren raken steeds verder verlamd waardoor het dier uiteindelijk uitgeput zal blijven liggen. De meeste honden in dit stadium sterven binnen 5 dagen. In meer dan 50% van de gevallen wordt stadium 2 echter overgeslagen en spreken we van een stille hondsdolheid. De enige manier om Rabiës te voorkomen is vaccineren en een strenge regelgeving omtrent het in- en uitvoeren van dieren.
Infectieuze tracheabronchitis = KennelhoestDe 2 virussen die voornamelijk verantwoordelijk zijn voor kennelhoest zijn het Para-influenza virus en het Canine Adeno virus. Daarnaast is er ook een bacterie genaamd Bordetella Bronchiseptica verantwoordelijk voor bepaalde vormen van kennelhoest. Vaak zien we kennelhoest bij dieren die regelmatig op plaatsen komen waar veel honden bij elkaar komen, zoals tentoonstellingen en uitlaatvelden. De symptomen bestaan uit een droge hoest die met aanvallen komt. Soms ook neus- en ooguitvloeiing. Ook zijn de tonsillen vaak opgezet, evenals de lymfeknopen in het keelgebied en heeft het dier koorts. Besmetting vindt plaats door het opnemen en inademen van ziektekiemen. Afhankelijk van de ernst van de symptomen zal een behandeling ingesteld kunnen worden die ook hier voornamelijk is gericht op de secundaire infecties. Ook kan een hoestdrank of zelfs hoestonderdrukkend middel gegeven worden.
|